De waarheid over de gemeenteraad van Kraainem

“De Gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente”, aldus Art 42, § 2 van het
Vlaams Gemeentedecreet. De vergaderingen vinden plaats in de taal van het
taalgebied. Dit geldt ook voor het College van burgemeester en schepenen. Voor die
mandatarissen die rechtstreeks verkozen werden geldt een z.g. “onweerlegbaar
wettelijk vermoeden” dat zij over de vereiste taalkennis beschikken.

Tot zover de theorie. De realiteit van een faciliteitengemeente als Kraainem is al
moeilijk genoeg, zodat wij voorstander zijn om bij de toepassing van deze regels een
grote mate van soepelheid te hanteren. De enige reden dat wij dit nu naar voren
brengen is dat men – bij het lezen van onze rapporten over de
gemeenteraadsvergaderingen – wel een bepaalde realiteit voor ogen moet houden.

Zo kan men rustig vaststellen dat er binnen het College één lid is, nl. Arnold d’Oreye
de Lantremange, waarmee men in de verplichte voertaal van de gemeenteraad
werkelijk een discussie kan aangaan. Dit geldt echter niet of nauwelijks voor de
andere schepenen, en ook niet voor de aangewezen burgemeester.

Waarom is dit van belang? Omdat een gemeenteraadsvergadering meer is dan
alleen het stemmen over schriftelijke voorstellen die het college op de agenda heeft
geplaatst. En omdat een groot deel van de discussies in de gemeenteraad zich
afspeelt rond de z.g. bijkomende dagorde, dus die punten, vragen en voorstellen die
door Kraainem-Unie of Open op tafel worden gelegd. Dit gebeurt ten laatste 5 dagen
voor de vergadering. Iedereen heeft dus de gelegenheid om zich voor te bereiden op
vraag, antwoord en discussie. Wat gebeurt er in de praktijk?

Nadat een raadslid uitleg heeft gegeven over zijn voorstel leest de bevoegde
schepen meestal een antwoord voor dat werd opgesteld door de gemeentediensten.
Tot zover dus een normale gang van zaken. Het antwoord is echter vaak nauwelijks
verstaanbaar, en wanneer het verdere vragen opwerpt dan is verdere discussie vaak
nutteloos, omdat het de schepen in kwestie doorgaans ontbreekt aan zowel
technische als taalkundige vaardigheid. Het punt wordt dan vooruitgeschoven naar
“een volgende vergadering”. Dit is bijvoorbeeld reeds maanden het geval voor de
gevraagde lijst met Vivaqua investeringen, voor de subsidieprocedure voor
uitbreiding van de Nederlandstalige Gemeentelijk Basisschool, enz. Hier komt nog bij
dat de akoestiek in de vergaderzaal dermate slecht is dat het publiek de grootste
moeite heeft om te volgen. Er is dan ook zelden publiek.

Wij nodigen u uit om dit in gedachte te houden bij het lezen van onze verslagen.